Energie

De totale vraag naar energie in Nederland wordt bepaald door alle eindverbruikers tezamen. Bij eindverbruikers gaat het om de gebouwde omgeving, industrie, landbouw en verkeer en vervoer. Bron tekst en grafieken: de publicatie "Nationale Energie Verkenning 2015" van ECN, PBL, CBS en RVO.

Gebouwde omgeving: 34%

In 2013 werd de meeste energie verbruikt in de gebouwde omgeving, gevolgd door de industrie en het verkeer. Energieverbruik per sector (2013). Gearceerd is het deel electriciteitsverbruik binnen de sector. Zo’n 18 procent van het bruto energieverbruik in 2013 betrof elektriciteit. Het verbruik daarvan vindt vooral plaats in de gebouwde omgeving en de industrie.

Energievoorziening

De primaire energievoorziening, het aanbod van energie, nam tussen 2000 en 2013 eerst toe om vervolgens weer te dalen naar het niveau van 2000, circa 3200 petajoule. De belangrijkste trends zijn de afname van het aardgasverbruik en de toename van hernieuwbare energie. Aardgas is sinds jaar en dag de belangrijkste energiedrager in de Nederlandse energiehuis-houding.

Hernieuwbare energie

In de Nederlandse samenleving wordt steeds meer energie uit hernieuwbare bronnen gebruikt. Zo is het opgesteld vermogen van zon-PV in 2015 gestegen tot boven de 1000 megawatt piekvermogen.Voor 2020 is een doel afgesproken van 14 procent hernieuwbare energie. Het Energieakkoord kent enkele harde ambities, namelijk 6000 megawatt wind op land, 4350 megawatt wind op zee en niet meer dan 25 petajoule meestook. In de raming van het CBS voor 2020 wordt dit doel niet gerealiseerd. Het beleid rond hernieuwbare energie voor de langere termijn is nog niet uitgekristalliseerd. Bij continuering van bestaande beleidsinstrumenten zoals aangenomen in deze NEV, blijft het aandeel hernieuwbare energie ook na 2023 doorgroeien.